Investeringsbegroting

Met behulp van een investeringsbegroting kunt u inschatten wat de kosten zijn voor uw woning. Naarmate u vordert in uw planvorming wordt de investeringsbegroting steeds gedetailleerder en nauwkeuriger. Globaal bestaan de investeringskosten uit grondkosten, bouwkosten en bijkomende kosten. Eventueel begroot u ook nog onvoorziene kosten (onderdeel van de bijkomende kosten).

1. Het bedrag dat u kunt of maximaal zou moeten besteden aan grondkosten is uiteenlopend (10 tot 15 % van de totale kosten 25-45%, in het ergste geval). In de randstad zal deze kostenpost hoger liggen dan in het oosten van Nederland. Bij de aankoop van een stuk bouwgrond moet u rekening houden met extra kosten voor het bouwrijp maken en kosten voor de aanleg van eventuele infrastructurele voorzieningen. Als de gemeente de verkopende partij is, dan zijn deze laatste twee doorgaans opgenomen in de aankoopsom van de grond.

2. De grootste investeringspost zijn de bouwkosten (60 tot 65 % van de totale kosten). Het is daarom van belang dat de bouwkosten in een vroeg stadium al nauwkeurig wordt ingeschat. Dit kan in het prille beginstadium door middel van kengetallen en vaak tijdens het ontwerpproces door een kostendeskundige of een aannemer (zie ook aannemers en aanbesteding).

3. 15 tot 25 % van de totale kosten zijn bijkomende kosten. Het architectenhonorarium is de grootste post van de bijkomende kosten. Tijdens de planuitwerking moet u ook rekening houden met andere (advies)kosten voor bijvoorbeeld de constructeur, de installatieadviseur of de bouwkostenadviseur. Het betalen van precario (kosten voor het plaatsen van een bouwkeet op gemeentegrond) en leges (kosten voor de aanvraag van bouwvergunningen) aan de gemeente zijn onderdelen van de heffingskosten. Onder de bijkomende kosten horen ook de verzekeringen en de risicoverrekening (zie kopje risico's afdekken), de aanloopkosten (verhuiskosten, dubbele woonlasten etc.) en de financieringskosten. De financieringskosten zijn de kosten die worden gemaakt voor de financiering van het project: de afsluitkosten voor een geldlening, renteverlies, notariskosten en verkoopkosten van niet-verkochte woningen in een collectief project.

De bijkomende kosten worden vaak niet volledig begroot door particuliere opdrachtgevers. Ook kunnen niet altijd alle bijkomende kosten door middel van een hypothecaire lening gefinancierd worden.

Tot slot is het ook aan te bevelen in de bijkomende kosten 5 % van de totale kosten te reserveren voor onvoorziene uitgaven (planwijzigingen tijdens het ontwerpproces of tegenvallers bij de uitvoering).