Beleid van de overheid

Het ministerie van VROM is in 1998 door de Tweede Kamer opgedragen grotere variatie bij woningbouw op VINEXlocaties te stimuleren. Dat betekent meer spreiding van de bouw over verschillende prijsklassen, maar ook meer ruimte voor andere vormen van opdrachtgeverschap dan alleen seriematige projectontwikkeling. Hierdoor krijgen kopers van woningen meer keuzevrijheid en meer zeggenschap over het ontwerp van hun huis.

Het rijk heeft in 2000 besloten dat binnen vijf jaar éénderde deel van alle nieuw te bouwen woningen door particulieren zelf moet kunnen worden ontwikkeld. Gemeenten spelen bij de uitvoering van het beleid een essentiële rol: over het algemeen zijn zij het die de grond aan particulieren ter beschikking stellen. De grens van éénderde is in 2005 bij lange na niet gehaald. Een grotere mate van medezeggenschap voor de gewone burger is echter wel bedongen.

Het ministerie van VROM heeft met twintig stedelijke regio’s een woningbouwkundige overeenkomst afgesloten gedurende de periode 2005-2010: de Convenanten Woningbouwafspraken. In deze overeenkomst is onder andere besloten wat het drempelpercentage is per regio voor particulier opdrachtgeverschap. Voor iedere gebouwde woning boven deze drempel keert het VROM een premie uit van 1.600 euro aan de samenwerkingsorganisatie van gemeenten of aan de provincie.

Dit is niet het enige steuntje in de rug van de overheid. In 2005 heeft het kabinet ingestemd met het voorstel voor de Grondexploitatiewet. Met deze wet kunnen gemeenten delen van woningbouwlocaties aanwijzen voor particulier opdrachtgeverschap. Woningbouwgrond in de handen van ontwikkelaars kunnen op die manier toch worden toegepast voor particuliere woningbouw.