Discussie over subsidie CPO
In het Eindhovens Dagblad uitten brancheorganisatie Neprom en hoogleraar Hugo Priemus kritiek op de bouwsubsidie die particulieren krijgen voor hun cpo projecten. Het zou ongewild speculaties in de hand werken en in strijd zijn met de EU-regels. In hetzelfde dagblad reageert cpo-kenner Frits Pijnenurg op de kritiek. Pijnenburg stelt dat de subsidie vooral een maatschappelijk doel heeft en een omslag in de bouwcultuur wil veroorzaken.
Hoogleraar aan de TU Delft Hugo Priemus en brancheorgansiatie Neprom schrijven in hun ingezonden brief dat ze de bouwsubsidie voor groepen starters onacceptabel vinden. De fikse kortingen, die de particulieren krijgen bij de aankoop van bouwgrond zou in strijd zijn met de EU-regels en zorgen voor concurrentievervalsing.
“Met de lage grondprijs creëert de gemeente een ongelijk speelveld en wordt de projectontwikkelaar buitenspel gezet, terwijl die misschien ook leuke plannen heeft met die grond”, aldus Jan Fokkema, directeur van brancheorganisatie Neprom.
Hugo Priemus voegt daar aan toe: “Het mag ook niet van Brussel. Gemeenten proberen daar onderuit te komen met de redenering dat de grond alleen wordt uitgegeven voor de bouw van goedkope woningen. Omdat de grondprijs is gebonden aan de prijs van de woningen die erop komen, wordt de grond minder waard. Dus, zeggen de gemeenten, is er van korting geen sprake.”
“Als de financiële steun voor particulieren niet aan strenge voorwaarden wordt verbonden dreigt speculatie. Starters kunnen hun goedkope woning snel doorverkopen tegen de marktprijs.”
Wethouder Frits Pijnenburg heeft veel ervaring met cpo-projecten in zijn gemeente Bladel, Noord-Brabant en reageert in het Eindhovens dagblad fel op het artikel van Priemus en Neprom. Pijnenburg ziet de subsidie voor starters als stimulering om een omslag in de bouwcultuur teweeg te brengen. De huidige cultuur heeft goed gewerkt in de opbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog, maar de schaalvergroting kent ook veel nadelen. Pijnenburg: “De gevelarchitectuur in veel (nieuwbouw)wijken is schaamteloos knip- en plakwerk.”
Pijnenburg hekelt tevens de hoeveelheid betrokken partijen. “De bedrijfskolom in de woningbouw laat een beeld zien van steeds verdergaande specialisatie. Al die partijen hebben allemaal hun eigen (winst)marge. Dit alles maakt de woningbouw onnodig duur. Daar komt nog bij dat de toekomstige eindgebruiker, de koper of huurder, nauwelijks echt invloed heeft op zijn eigen woningen en woonomgeving.”
De kritiek van Priemus en Neprom over de schending van de EU-regels is volgens Pijnenburg onterecht. Wanneer gemeenten de grondprijs onder de marktwaarde uitgeven, gebeurt dit vrijwel altijd onder beperkende verkoopvoorwaarden. “Vaak gebeurt dit in de vorm van zogenaamd ‘maatschappelijk gebonden eigendom’. Dit betekent dat de eerste koper zijn woning niet mag verkopen op de vrije markt. En bij (vaak verplichte) verkoop aan een woningbouwcorporatie, incasseert de eerste eigenaar maar een gedeelte van de waardeontwikkeling (tenminste 50 procent). Op deze manier blijft de goedkoop gebouwde woning ook duurzaam voor de volgende generatie starters, en onder die voorwaarde is de grondverkoop van de gemeente ook niet in strijd met Europese regelgeving.”
Bron: Eindhovens Dagblad 30 augustus en 3 september 2008




