Starters juist nu aan een woning helpen

CPO project Gespleten Hendrik
Op veel bouwlocaties waar woningen in het (middel)dure prijssegment waren voorzien, stagneert sinds eind 2008 de verkoop. De tegenvallende verkoopcijfers en de terughoudendheid van de banken om nog projecten te financieren, dwingen ontwikkelaars om de realisatie van de woningen voor onbepaalde tijd aan te houden. Om de financiële risico's te beperken, moet eerst minimaal 70 procent van de woningen zijn verkocht. Veel projectontwikkelaars wachten dat moment zelfs niet meer af en leggen hun hele project terug op het bordje van de gemeenten. Die staan vervolgens voor de ingewikkelde vraag hoe zij de projecten, waarin vaak al veel gemeenschapsgeld is geïnvesteerd, in de huidige marktomstandigheden weer nieuw leven kunnen inblazen.
Veel jongeren die het ouderlijk huis willen verlaten, kunnen vanwege de schaarste aan goedkope huurwoningen moeilijk woonruimte vinden. De wachttijd voor sociale huurwoningen is vaak lang en koopwoningen zijn steeds duurder geworden. Veel jongeren blijven noodgedwongen bij hun ouders wonen. Een deel gaat op kamers of huurt een dure particuliere woning.
Maar starters zijn niet altijd jong. Ook huishoudens die al langer huren en vanwege een verbeterde financiële positie willen overstappen naar een koopwoning, slagen daar niet in. Omdat zij geen overwaarde kunnen inbrengen, zijn de steeds duurder geworden koopwoningen onbereikbaar geworden.
Gemeenten hebben lange tijd weinig sturingsmogelijkheden gehad. Nu onder invloed van de kredietcrisis veel woningbouwlocaties onbebouwd blijven, ontstaat een nieuwe situatie. Zij kunnen de vrijkomende locaties nu beter inzetten om de problemen van starters op te lossen. Door de locaties rechtstreeks uit te geven aan startersverenigingen, stellen zij starters in staat om in eigen beheer woningen te ontwikkelen en te realiseren. Hiervoor staan zij op veel plaatsen in de rij. Zij hoeven tenslotte geen woning te verkopen. Door samen als opdrachtgever voor hun eigen project op te treden, kunnen zij hun woningen tegen kostprijs realiseren. Deze kostprijs wordt de komende jaren steeds lager door de dalende bouwkosten.
Het gezamenlijk, in eigen beheer bouwen van woningen (collectief particulier opdrachtgeverschap, kortweg CPO) is geen nieuw fenomeen. In de jaren tachtig laten CPO-projecten al zien dat projectontwikkeling in eigen beheer niet alleen kwalitatief goede woningen, maar ook een stevigere sociale structuur oplevert. De bewoners hebben veel zeggenschap over hun woningen en slagen erin de kostprijs 20 tot 40 procent onder de marktprijs te houden.
Tot de eeuwwisseling blijft CPO desondanks een relatief onbekend verschijnsel. Ondanks het feit dat opvallende resultaten worden geboekt, zijn de meeste gemeenten rond de eeuwwisseling nog terughoudend om locaties rechtstreeks aan particulieren uit te geven. Enkele jaren geleden, toen CPO-projecten breed in de landelijke pers werden uitgemeten, is hierin een kentering gekomen. Veel gemeenten hebben in hun woonvisie een paragraaf over CPO opgenomen en de CPO-projecten schieten inmiddels als paddenstoelen uit de grond. Inmiddels zijn in ons land ruim 6500 CPO-woningen gerealiseerd of in ontwikkeling genomen. De toegenomen interesse komt ook tot uiting in de productiecijfers (zie tabel). De provincies Noord-Brabant, Noord-Holland, Gelderland en Zuid-Holland lopen hierbij voorop. In perifeer gelegen provincies is het individuele opdrachtgeverschap (het individueel bebouwen van vrije kavels) vanouds populairder. Gemeenten die de kredietcrisis als kans aangrijpen om starters op de woningmarkt te bedienen, hoeven het wiel dus niet meer uit te vinden.
Aantal opgeleverde en geplande CPO-woningen (per periode)
Periode Totaal
1981-1985 340
1986-1990 167
1991-1995 432
1996-2000 649
2001-2005 674
2006-2010 2307
2011-2015* 1854
Totaal 6423
* inclusief de woningen waarvan het opleveringsjaar nog niet (exact) bekend is
Bron: Cobouw 11 maart 2009 (Marcel Kastein Opiniepagina)



